poep!

POEP!

Jij werkt met jonge kinderen. Net als ik. En jij maakt de leukste dingen met ze mee. Net als ik. Heerlijke knuffels, prachtige verhalen. Maar soms, heel soms zit er een luchtje aan!
Een dag in de week geef ik les in een prachtig gebouw. Echt een speelzaal om te zoenen. Zo groot, zo mooi. De muziekinstallatie plug ik in de muur en de muziek komt dan zachtjes uit de boxen op het plafond. Grote ramen, veel licht, ruime ventilatiemogelijkheden, vloerverwarming, alles erop en eraan. Zelfs een toilet zit er in de speelzaal. En toen kwam die ene maandag. Ik was heerlijk aan het werken met de kleutergroepen die mij elke maandag komen bezoeken in dat mooie ruime lokaal. Ze krijgen van mij Taaldans en Rekendans en zijn al helemaal gewend. Sommige kleuters zijn groot voor hun leeftijd, andere klein. De een stoot zijn hoofd zo hard dat ik schrik, maar die schud even en geeft geen krimp. Lachend speelt en danst en onderzoekt hij/zij verder. De ander huilt bij iedere aanraking en komt dan om een knuffel. Tot zo ver niks geks.
Na een uur of wat zegt een van de kleuters: juf het ruikt hier naar poep. En ik snuif eens wat extra en ja hoor, ik ruik het ook. Wie o wie zal dat zijn? Een vraag levert niks op (logisch, ik zou mij denk ik ook niet melden, maar het was een leuk eerste begin van deze juf…).

Poep?

Dan inspecteer ik het toilet.
Ai! Abstracte kunst met poep aan de buitenkant van de pot. Veel papier. Niet doorgetrokken.
Slik. Adem in, adem uit (door de mond wel te verstaan!) Sjips: ik moet kokhalzen.
(De poep van je eigen kroost kun je gek genoeg vanaf de geboorte prima verdragen, maar poep van andere mensen ligt een stuk gevoeliger. Ben benieuwd hoe dat komt.)
Na een vragenrondje wie er ook al weer naar de wc is geweest, kan ik ongeveer de dader lokaliseren. Mezelf ondersteunend met het ‘gebaar voor poep’ (want deze kleine wc ganger is de Nederlandse taal nog niet machtig, of in ieder geval, hij gebruikt deze zelf nog niet), vraag ik: X heb jij gepoept? Hij knikt ja!

Oké. En nu?

Samen besluiten we de wc schoon te vegen. De kleuter zelf kan hier niet ongeschonden uit zijn gekomen, bovendien is de handzeep altijd op. Dus tover ik mijn losse blok zeep (nog van een voorgaande les over het dagritme) uit mijn lesmaterialen-box en we poetsen onszelf uitgebreid. Wat fijn toch zo een toilet naast de speelzaal. Want de andere kinderen horen we door dansen en spelen en zingen, terwijl wij (juf kokhalzend en wel) alles weer in orde brengen.

Boos kan ik niet worden. X is klein. Wat zeg ik, heel klein van stuk. En dat handige toilet naast me in de speelzaal? Die is gemaakt op volwassen hoogte. Realiseerde ik mij te laat. Dus deze kleine man kon zichzelf niet redden op dit toilet. Hij kon nergens bij. Niet bij het wc papier, niet bij de wasbak, niet bij de doortrek-knop. Om zijn handen te wassen moest er een stoel bij de wasbak komen. En: hij was de taal niet machtig genoeg om mij om hulp te roepen.

In de 16 jaar dat ik nu lesgeef aan peuters en kleuters, was dit wel het meest vieze dat me is overkomen.
Grappig, na 16 jaar nog steeds verrast naar huis.
Elke keer weer kom ik met verhalen thuis, mooie, kleine, intieme, of grote bijzondere verhalen. Maar deze? Deze hoop ik snel te vergeten!

Heb jij ook een soortgelijk avontuur meegemaakt? Of iets anders dat jij nooit meer vergeet?
Ik vind het leuk om je reactie hieronder te lezen!

 

Studio de Mol, Miranda Molhoek

 

Dit artikel is geschreven door Miranda Molhoek, trotse eigenaar van Studio de Mol.
Ik help scholen en peuterscholen bij bewegend leren met het jonge kind. Zowel door het geven van lessen Taal- en
Rekendans aan de kinderen als door het geven van inspiratie workshops aan pedagogisch medewerkers en leerkrachten.
Meer weten? Bezoek me op
www.studiodemol.nl of opwww.facebook.com

Geef een reactie

Scroll Up