het zeer verlegen kind

Hoe beweeg ik (met) het verlegen kind

Een veelvoorkomende vraag als ik op (voor)scholen ben om kennis te maken en uit te leggen wat ik doe is: “Hoe ga jij om met een heel verlegen kind?” Gelukkig loop ik al heel wat jaren mee in mijn vakgebied en kan ik deze vraag makkelijk beantwoorden. Maar daarnaast ben ik ook ervaringsdeskundige. Mijn nu zo mondige oudste, was ooit een zeer verlegen peuter, kleuter en schoolkind. Pas in groep 4 was het verlegene er een beetje vanaf. Dus ik weet waar ik over spreek. Vandaag deel ik een paar van mijn inzichten…

Vrij of verlegen?

Kinderen verschillen, dat weten we allemaal. Sommige kinderen rennen zonder angsten de wijde wereld in, andere kleintjes hangen eerst jaren aan mama’s benen. Voor deze verlegen kinderen is de overgang van ‘aan mama’s veilige been’ naar jouw groep soms nauwelijks te doen. Mijn eigen dochter was de eerste bij ons thuis en ze ging naar een zeer kleinschalige opvang (een gastoudergezin). De overgang naar de eerste kleutergroep was goed te doen omdat deze groep alleen de kinderen bevatte die ná januari 4 geworden waren. Dus deze groep was ook zeer klein. Maar tot en met groep 3 was afscheid nemen en zelfstandig de klas ingaan een heel karwei. Ik heb Muziek op Schoot met haar gedaan. Superleuk. Alleen zat dochterlief tijdens de eerste cursus acht weken lang aan mij geplakt op de grond. Waarom ik dan toch deze lessen heel lang ben blijven volgen? Omdat dat kleine verlegen meisje ná de lessen onderweg naar huis de liedjes begon na te zingen en thuis niet meer ophield. Zij had dus tóch heel veel gezien, gehoord en opgestoken van de lessen. En ze had dus tóch plezier gehad. Zittend op mijn schoot.

Wat ik toen deed, wat ik nu nog doe

“Hoe beweeg ik mee met het verlegen kind?” Wat ik toen deed, pas ik nu nog steeds toe in mijn eigen lessen. Misschien heb jij iets aan mijn tips.

  • Accepteer dat het kind zo is
  • Geef het zeer verlegen kind de mogelijkheid zichzelf te zijn en toon begrip
  • Spreek uit dat het niet erg is, zeg hardop dat het kind goed is zoals het is. Zeg erbij dat het mee mag doen zodra het dat wil
  • Geef het zeer verlegen kind de mogelijkheid om te observeren. Gewoon erbij mogen zitten en kijken.
  • Onthoud: Meedoen is geen voorwaarde voor plezier. Meedoen is geen voorwaarde voor het opdoen van nieuwe ervaringen. Meedoen is geen voorwaarde voor leren.
  • Omdat we allemaal weten dat gras niet harder groeit als je eraan trekt: trek niet aan het kind (letterlijk: geen hand geven en dwingen mee te doen, dat werkt meestal contra-productief)
  • Als het kind daaraan toe lijkt, kun je het koppelen aan een vriendje/vriendinnetje, een maatje om samen dingen uit te gaan proberen
  • Wat doe ik wel? Ik observeer het kind. Houdt het kind zich volledig afzijdig of doet het zittend toch stiekem mee? Vaak zie ik een kind ‘stiekem’meedeinen of zachtjes meezingen.
  • Ik maak contact met het kind op andere manieren: door te kijken, door even langs te lopen, door een aai over de bol, een babbeltje, een knipoog.
  • Ik gebruik mijn materialen om het kind te laten mee beleven (een knuffel, een boekje over het onderwerp, een sjaaltje, een verrekijker, een vingerpopje)
  • Ook al doet het kind (nog) niet mee, geef hem of haar tóch dezelfde materialen bv. een kwast of een muziekinstrument o.i.d. zodat hij of zij altijd direct mee kan gaan doen als hij/zij het ineens toch durft

Over dansen met verlegen jonge kinderen

Mijn specialisme is Taal- en Rekendans: bewegend leren met het jonge kind. Ik kom in mijn werk in heel veel groepen van heel veel verschillende organisaties en zie dus ook heel uiteenlopende kinderen. Ik ontmoet best veel kinderen die in het begin heel verlegen zijn. De lessen starten daarom vaak zittend. De kinderen krijgen ieder een eigen plekje in de kring toegewezen (vaak een sticker op de grond) waar ze naar terug kunnen keren als ze dat nodig hebben. Hun eigen veilige plekje. De eerste dans kan dus zomaar zittend zijn. Om de kinderen zo eerst rustig te laten wennen aan de ‘gastdocent’ (ik ben er maar eens per week) en de nieuwe/andere situatie. Daarnaast ben ik mij ervan bewust dat het moment van opstaan een heel intimiderend moment kan zijn. Moet je maar eens nagaan: je bent twee en ineens gaan alle kinderen en volwassenen (ik werk het liefst samen met de pedagogisch medewerkers of groepsleerkrachten tijdens mijn lessen) staan en bewegen. Vanuit het perspectief van een omhoog kijkende peuter of kleuter is de rest dan ineens intimiderend groot, hoor!  En als je dan ook nog eens heel erg verlegen bent… Tot slot werk ik het liefst met veel concrete materialen. In een ander artikel kun je lezen waarom en wat ik zoal meesleep. (Het artikel over materiaalgebruik vind je hier.) Concrete materialen maken dat de kinderen niet alleen horen (verbaal) welke nieuwe begrippen ik hen aanbied, maar geven ze ook de kans om ernaar te kijken (bv. het lint), eraan te voelen (bv. het veertje), het aan te trekken (bv. de sok), eraan te ruiken (bv. de zeep), en het te horen (bv. de fietsbel). De materialen zet ik ook regelmatig in om verlegen kinderen over de streep te halen. Een kind dat observeert en ‘niet mee wil doen’ (vaak niet mee durft te doen), kan ik soms overhalen om wel even de fietsbel te laten rinkelen, zijn eigen sokken te laten zien, aan de zeep te laten ruiken of met het lint te laten spelen.

Het verlegen kind zit en dan?

“Hoe beweeg ik het verlegen kind?”
En dan? Dan gebeurt het nooit dat een kind helemaal nooit gaat meedoen. Ieder op zijn eigen tijd. Het kan twee lessen duren, maar ik heb nooit meegemaakt dat het kind les 3 nog steeds de gehele les weigert mee te doen. Het verlegen kind weet dat het verlegen mag zijn, dat het goed is zoals het is. Het weet dat het mag kijken als het hem of haar teveel is. Het kind heeft mij twee lessen kunnen observeren en kunnen beoordelen dat ik niet eng ben 😉 Het kind heeft geobserveerd en is tot de conclusie gekomen dat het leuk is om mee te doen. Dus stapje voor stapje komt hij of zij de les binnen. Met een materiaal of aan de hand van een ander of de hand van juf. Materialen helpen mij het kind te verleiden om in beweging te komen. Intern en extern. De materialen geven het kind een reden om te bewegen.

Tot slot

Het is mijn droom om bewegend leren een dagelijks onderdeel voor het jonge kind te laten worden. Zowel op de peuterschool als op de basisschool kan er veel meer bewogen worden. Ook of juist tijdens het leren van nieuwe woorden en begrippen. Om duizend-en-een-redenen die ik elders uitleg. (Bijvoorbeeld hier.)  (Maar ook hier!) Het is mijn missie om het jonge kind te bewegen in de breedste zin van het woord. Dus ook in de zin van ‘bewogen zijn’, geraakt zijn. Door de muziek die ik gebruik, door de materialen die ik meeneem, door het prentenboek waar we over dansen, door de andere kinderen. Door op een kunstzinnige en creatieve manier met mij mee te bewegen. En door op die manier -op een voor jonge kinderen heel natuurlijke manier, namelijk in beweging- tot leren te komen. Spelenderwijs, bewegenderwijs. Ik daag peuters en kleuters uit om steeds hele kleine stapjes te te verleggen. En ik probeer ze uit te dagen om andere manieren van bewegen uit te proberen. Als de liedjes, de dansjes, de bewegingen en spelletjes later in de gang nog hoorbaar of zichtbaar zijn, dan is mijn missie geslaagd. Dan heeft het kind plezier gehad, dan heb ik iets geraakt in het kind, dan is het kind van binnen ‘bewogen’! En dan heeft het kind ook nog iets geleerd!

Wat is jouw visie op het zeer verlegen kind? Hoe ga jij met deze kleintjes om? Heb jij misschien nog nuttige tips voor mij?
Ik lees het heel graag in je reactie hieronder!

 

 

Studio de Mol, dans en educatie op iedere locatie

 

Dit artikel is geschreven door Miranda Molhoek.
Dansondernemer, dansende vrouw, dansende moeder en trotse eigenaar van Studio de Mol:
een pop-up dansschool voor dans en educatie op elke locatie.
Inspirator bewegend leren, Docent T
aal- en Rekendans, Vakdocent dans, Cultuurcoach dans,
Sámen Peuterdansen, Deskundigheidsbevordering kinderopvang/p.o., Specialist Dans en HJK

 

Geef een reactie

Scroll Up