dansende kinderen

De veelzijdigheid van Taal- en Rekendans®

Taaldans® en Rekendans® is een bewegend leren methode ontwikkeld door grondlegster Lenneke Gentle vanuit de prachtige wereld van de dans. Als moeder op zoek naar een speelsere en beweeglijkere manier van leren voor mijn kleuters, ging mijn vakmatige dansdocentenhart sneller kloppen toen ik deze methode ontdekte. En die liefde is niet meer voorbij gegaan: ik heb er mijn werk van gemaakt en ik heb zelfs vorige zomer écht afscheid genomen van het ‘kunstvak-docent’ zijn.

Vandaag wil ik je een inkijkje geven in de veelzijdigheid van de methode.

Hoeveel dans zit er eigenlijk in Taal- en Rekendans?

Hoeveel dans zit er eigenlijk in Taal- en Rekendans?
Hoeveel taal?
En hoeveel rekenen?
Wanneer begint het bewegend leren?
Wanneer stopt dan de dans?
Niet!
De dans stopt niet!

Exploren en experimenteren

Kleuters zijn hartstikke beweeglijk en dat is ontwikkelingstechnisch heel goed te verklaren: het jonge brein heeft ontdekken, voelen, ervaren, kortom exploreren nodig om volledig tot ontwikkeling te komen. We kunnen vertellen dat nu het lente is de planten soms water nodig hebben en dat je daarvoor een gieter gebruikt, maar door zelf aan die grond te mogen voelen, de slappe plantjes in de vensterbank te zien, en door zelf de gieter te mogen vullen en te mogen gieten, snappen ze het pas écht.
Als kunstvak-docent gaf ik jarenlang dans- en balletlessen aan iedereen tussen de 2,5 en 100 jaar. De dans- en balletlessen aan kinderen, waren altijd gevuld met rijke beelden en veel fantasievolle verhalen. Spel en mime is een belangrijk onderdeel van de balletles. Bij theaterdans wordt immers vaak een verhaal verbeeld. Als kunstenaar in de klas was dat niet anders, want ik werkte met jonge kinderen in het basisonderwijs. Het thema van de klas werd omgezet in dansante beweeglessen waaraan ieder kind kon meedoen. De kinderen kregen ‘een reden om te bewegen’ (naar Maria Speth) vanuit het thema en het verhaal dat ik daaromheen spon. Het was nooit dansen om het dansen. Je drukt er iets mee uit, je wilt iets voelen, verbeelden, beleven of overbrengen. En dat is bij Taal- en Rekendans niet anders!

Huh? Maar het bewegend leren dan?


Bij Taaldans® en Rekendans® (Wat het verschil is lees je hier) gebruiken we dans en beweging als kapstok, als middel om tot bewegend leren te komen. We gaan niet joggen voor het digibord terwijl er getallen of letters voorbij flitsen (wat mijns inziens een weinig fantasievolle manier van bewegend leren is, die prima is voor groep 4 en hoger, maar niet geschikt voor kleuters en groep 3 of jonger), maar we gaan een verhaal of thema dansen in de speelzaal.
Tíjdens deze dansles gaan we bijvoorbeeld dansend naar het tuincentrum: huppelend, springen, draaiend. In een lange slinger staat er telkens iemand anders vooraan en achteraan. Er komen grasmatjes en mooie platen van bloembollen en een heleboel echte gieters aan te pas, om bovenstaand voorbeeld te illustreren. Even later mogen de kinderen zelf bloembollen zijn om tijdens een passend liedje te groeien. Dus: ze zingen over het groeien terwíjl ze het dóen, dat groeien! Een van de kinderen verbeeld de gieter met zijn lijf (een hand in de zij, andere arm opzij schuin omhoog gestrekt, vingers wijdgespreid) en geeft de andere kinderen één voor één water.

Op deze manier leren (of oefenen) de kinderen woorden als: de gieter, de bloembol, zaaien, het zaadje. Op deze manier komen ook rekenkundige begrippen aan bod: vooraan, achteraan, veel zaadjes, weinig zaadjes, grote bloemen, kleine bloemen, snel groeien, langzaam groeien, één blaadje, twee blaadjes, dichtbij elkaar, ver uit elkaar. (Dit is maar een greep uit de vele mogelijkheden. In samenspraak met de leerkracht bepalen wij als Taal- en Rekendansdocenten de doelen van de les en sturen we daar op aan met ons verhaal.)

Over muziek en drama (spel)


De Taaldansles is dus zeker een dansles. Beweging is het uitgangspunt.
Maar Taaldans is nog zoveel meer dan dans…
Elke les komt de muzikale ontwikkeling aan bod. Ritmes maken met je lijf, klappen, stampen, muziek luisteren, kennismaken met wereldmuziek, instrumentale en klassieke muziek en heel erg veel rijmen, rappen en zingen, zingen, zingen.
Bovendien is spel of drama onlosmakelijk met Taaldans® en Rekendans® verbonden. De kinderen worden een gieter, een bloembol, een astronaut, een dinosaurus, een boos kleurenmonster, een angstig konijn, een tafel, een muur, een flatgebouw, een raam en ga zo maar door. Dat vinden ze leuk, ze komen erdoor los, ze ontwikkelen een ander bewegingsvocabulair, ze worden handiger, fitter, zelfverzekerder en motorisch vaardiger. En dan is de cirkel weer rond. Want met motoriek en dans waren we begonnen!

De kracht zit hem in de veelzijdigheid

Taaldans® en Rekendans® vond ik als kleutermoeder een waardevolle invulling van onderwijs aan jonge kinderen. En als kunstvak-docent vind ik het geven van Taal- en Rekendanslessen aan het jonge kind een hele rijke manier van muzisch en bewegend bezig zijn met onderwijsdoelen. Op een manier die past bij de natuurlijke manier van leren van het jonge kind. Binnen één TDRD-les komen dansante vorming, taal en rekenen, muzikale vorming en motorische ontwikkeling samen. (Een opsomming in willekeurige volgorde.) Ook na al die jaren gaat mijn hart er nog steeds sneller van kloppen!

Nieuwsgierig geworden?
Check de website, de socials of LinkedIn.
Lees artikelen of reacties van andere scholen.
Of vraag een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan.

Miranda Molhoek | Studio De Mol; bewegend leren met HJK

Misschien vind je deze artikelen ook leuk om te lezen:
Zes redenen voor dans in het PO
Hoe ontstaan mijn lessen?
500 naamstickers waarom?
Over materialen en hun why

 

Geef een antwoord

elf + drie =